Donderdag in pyjama

Ik wilde vastleggen wat al weken in mij bewoog, maar mijn hoofd liep verder dan mijn lichaam kon dragen. Woorden werden zwaar, mijn slapen begonnen te kloppen, en de bank werd mijn toevlucht met een zacht muziekje dat niets van mij vroeg. De zon scheen. En ik vroeg me af waarom ik niet gewoon kon gaan zitten in dat licht. Alsof er iets in mij altijd eerst toestemming moet vragen. Ik schaamde me voor onverwacht bezoek, voor mijn pyjama, voor het nietsdoen dat zo zichtbaar voelt. Maar onder de douche liet ik de telefoon even gaan. Ik koos voor water, voor warmte, voor mij. Dat voelde klein, maar waar. Ik knipte uitgebloeide knoppen, schilde een sinaasappel, ging weer liggen. Een dag in stukjes. En ergens tussen was, stofzuiger en een opgeladen OV-chipkaart leerde ik opnieuw: Als mijn gevoel nee fluistert en mijn hoofd redenen zoekt, dan spreekt het oude patroon. Dan hoef ik niet te luisteren. ’s Avonds lag ik onder een kleedje, met iets makkelijks op tv, en probeerde ik mijn rust niet lui te noemen. Misschien is dit groeien: niet groots, niet dapper in één keer, maar eerlijk in kleine dingen. Misschien zijn er nog boeken in mij die wachten om open te gaan. Maar vandaag deed ik genoeg. Vandaag bleef ik bij mezelf.